dinsdag 2 februari 2021

Je naam in het zand



8 februari 2001

Lieve Jasper

Ik schrijf je dit briefje zodat je het altijd nog eens kunt nalezen. Ik hou heel veel van je en vind je echt een schattig kereltje. Ik had je zo graag levend leren kennen maar ik ben sowieso al heel blij en warm dat ik je heb mogen kennen. Want op zich heb ik je eigenlijk ook wel levend gekend, met je zachte trapjes in mijn buik. Daar mis ik je wel hoor, het voelt best wel leeg daar. 

Het had lente zullen zijn bij je geboorte, met groene blaadjes aan de bomen. Maar het sneeuwde, wel heel mooi trouwens. Het deed wel een beetje pijn dat geboren worden van je maar dat was ik ook wel heel snel weer vergeten toen ik jou eenmaal zag. Ik vind je zo'n lief kereltje om te zien en om vast te houden. Ik kan je lichaampje niet langer vasthouden en dat vind ik heel erg. Ik had je graag nog drie  maanden langer een huisje gegeven in mijn buik en daarna zo dicht mogelijk tegen mezelf en je lieve papa aan. 

Die papa van je, die is echt heel geweldig hoor. Als ik hem zie lopen, zie ik jou vaak in gedachten achter hem aan lopen. Je had vast al zijn gereedschap in de war gemaakt en hem de oren van zijn hoofd gevraagd, als je tenminste niet het technische en ruimtelijke inzicht van je moeder had gehad. En je was vast een grote kliederaar en slordevos geworden. Wat jammer dat we dat allemaal nooit kunnen zien enzo. 

Het voelt wel leeg dat je er niet meer bent en nu echt op reis gaat, maar het voelt ook wel heel warm om jou gekend te hebben en gevoeld en geroken en alles. Het kost me wel moeite hoor, het idee dat we je nu onder de grond gaan stoppen maar het kan echt niet anders. Arjan zegt dat je nu gaat spelen met de andere kindertjes die er ook liggen en dat lijkt me een goed idee. Ik zie je al rondrennen. Misschien komt je overgrootoma af en toe kijken. Die was altijd wel lief voor kinderen geloof ik. Vooral voor jongetjes dus je hebt geluk. 

Nu ben je nog een nachtje bij ons en ik zou wel de hele tijd naar je kunnen kijken. En je tot leven willen toveren maar dat kan ik niet meer. Ik vind je echt een heel mooi ventje met je mooie neusje en je beetje gefronste voorhoofdje. Hadden we het nog maar drie maanden langer samen gered maar dat zat er echt niet in. 

Ik kan me nog niet voorstellen dat ik je na morgenochtend nooit meer in het echt zal zien. Nu kan ik steeds weer even stiekem kijken. Dat zou ik wel steeds even willen kunnen. En zien hoe je groter zou worden en waarschijnlijk ook eigenwijzer en af en toe dingen zou bedenken die ons tot wanhoop zouden drijven maar ons toch ook zouden doen glimlachten. 

Ik zou je nog wat over je vader vertellen hè. Nou die is echt heel lief en hij was en eigenlijk is een heel fantastische vader. Ik vind het heel vertederend om hem zo zacht met je te zien omgaan. Jullie hadden vast af en toe autoritjes gemaakt m eens even gezellig te kunnen praten. En hij zou je meegenomen hebben naar zijn schuurtje, zijn heilige plaatsje waar hij je vast van alles over zijn motor had verteld. En jij had dan vast van alles kwijtgemaakt en door elkaar gegooid en het zou me niks verbazen als we een keer naar de dokter hadden gemoeten omdat je een schroef ofzo zou hebben doorgeslikt. En je zou de konijnen hebben laten ontsnappen om samen met de honden achter ze aan te gaan rennen. In een poging de boel te redden was je vader dan vast over van alles gestruikeld. Want hij is af en toe wel een beetje schattig onhandig. Ik zie jullie al zitten samen in de auto, jij in dat mooie stoeltje dat we voor je hadden gekocht. Of in zo'n buikzakje bij je vader terwijl we wandelen op het strand. Jij kraaiend naar alles dat langs beweegt, je papa een poging doend je een beetje rustig te houden en ondertussen de honden ook nog in de buurt te houden. 

Ja en je mama, dat vind ik veel moeilijker voor te stellen. Ik had me verheugd op de vroege uurtjes, dat jij al wakker zou zijn, je papa nog diep in slaap en wij samen pratend, jij drinkend, Sofie erbij. En je mama is op haar manier ook een beetje onhandig, dus die had vast van die onmogelijke dingen verzonnen, zoals wandelen met jou in de kinderwagen en de twee honden aan de riemen. En dan halverwege bedenkend dat dit toch niet zo'n slim plan was maar ja wat doe je er dan nog aan. En ik had je heel veel voorgelezen, net als je papa trouwens. Je papa kent heel veel van die kindereboeken niet zegt hij. Hij had het vast heel fantastische avonturen gevonden. Dan was hij gewoon blijven doorlezen terwijl jij allang sliep. 

Ik hou er nu mee op Jasper, want ik kan wel oneindig zo doorgaan in een poging je vast te houden. maar ik kan je niet langer vasthouden. Ik zal je wel blijven schrijven hoor en die briefjes op een vaste plek leggen zodat je ze af entoe kunt komen lezen. Ik hoop dat je fijn kunt spelen met al die andere kindertjes en ik hou echt heel veel van je. Dat voelt heel warm maar ook wel een beetje leeg nu je weggaat. Dag lieve ukkiepuk, het had lente zullen wezen maar nu vielen er dikke sneeuwvlokken, ook heel mooi. Kusje op je mooie neusje van je mama



Maart 2001

Lieve Jasper,

Ik mis je Jasper. Het is leeg, leeg in mijn buik en leeg op de wereld. Wat had ik je nog graag in mijn buik gehad, je voelen bewegen. Maar het kon niet zo zijn. Dat ik daar zo ziek van werd, jij honger had en uiteindelijk dood van ging. Oneerlijk, je was en bent zo'n mooi mannetje en al was je de lelijkste van de wereld geweest (maar dat is niet zo hoor) dan was het nog net zo oneerlijk. Je was heel erg welkom. En nu ik je gezien heb, zou ik nog 100.000 keer liever je in mijn armen hebben gehouden. Maar het is echt voorbij, voor het echt begon en dat is nog steeds moeilijk voor te stellen Ik wacht nog steeds op een andere draai aan het verhaal. 

21 maart 2001

Vandaag de eerste dag van de lente Jasper en het sneeuwt weer net zo als de dag dat je geboren werd, zit dat toch een beetje aan elkaar verbonden. We waren vanochtend ook nog in het ziekenhuis, waar je geboren werd en ik heb het plekje gezien waar je dan lag als je niet bij mij was. Wel raar dat ze jou daar in die koelkast legden maar jouw zieltje was al ergens anders hè. 

Maar ik vind het fijn dat je het vandaag laat sneeuwen, je bent dus niet zo heel ver weg. Maar ik mis je wel heel erg hoor, het is leeg zonder jou. En die leegte, die dragen we met ons mee. We voelen ons ook heel vol van trots maar leeg van jouw afwezigheid. 

28 maart 2001

Lieve Jasper, 

ik begin steeds meer te beseffen dat ik jou nooit van mijn leven meer zal zien. En er is niets liever dat ik zou willen, jou weer zien. Je aanraken en voelen en ruiken. Maar ik kan het niet, jou weer tot leven brengen. Dat is een keer gebeurd, in mijn lichaam en dat vind ik een hele eer, dat jij daar begon te leven. En ook dat je daar weer doodging, het was het warmste plekje dat ik je kon geven om dood te gaan. Maar wat had ik je nu graag nog bij me gehad om je pas over 5 weken eens te zien. Het heeft niet zo mogen zijn. 

Ik ben er zo trots op dat je mijn zoontje bent, Jasper. Nu heb ik alleen nog je foto's terwijl ik met een levend kereltje had willen pronken. Nu laat ik iedereen trots je foto's zien maar ik besef tegelijkertijd dat ik je eigenlijk in levende lijve had willen laten zien. Of nu nog, als een schoppend ukkiepukkie in mijn buik. 

Het eerste schopje was ergens begin december, al vrij vroeg, dat ik het voelde. Een plopje tegen mijn buik, zo zacht dat je het nog een keer moet voelen om het zeker te weten. Ik hoop niet dat het erg vervelend voor je is geweest dat je honder moest lijden. Ik at die tijd best veel maar dat heeft niet mogen helpen. Raar idee, dat je honger in mij had en ik dat niet doorhad. Als moeder hoor je dat toch te weten. Maar ik hoop dat je daar niet onder geleden hebt, dat je dat niet heel bewust hebt meegemaakt. Misschien krijg je ooit nog een broertje of zusje. Wat een raar idee dat die nooit zijn of haar grote broer zal zien. Ik zal hem/haar over je vertellen en ik denk dat hij/zij zich door jouw aanwezigheid heel beschermd zal voelen. Want ik denk en hoop dat je nog wel ergens bent waar je ons ziet of voelt. 

Ik vind het wel heel moeilijk hoor, dat ik je geen kusje op je neusje meer kan geven, dat ik je nooit zal zien opgroeien, horen praten, zien kruipen, al die dingen die je anders had zullen doen. Als het goed was gegaan...

2 mei 2001

Lieve Jasper, 

Het is nu drie maanden geleden dat je geboren bent. Maar het lijkt eigenlijk alsof het gister was. We zijn nu op vakantie op Texel. Voor het eerst zonder jou op vakantie. Erg raar en af en toe erg leeg. Je had nu zo ongeveer geboren moeten worden. Ik probeer je me voor te stellen maar dan wat groter dan je was, had je graag zo gezien. Dan hadden we nu niet hier gezeten maar waren we thuis met je aan het pielen geweest. Nu weet ik niet waar je bent. Ik verzin van alles maar ik weet het niet. En ik stel me mensen voor die op je passen zoals oom Henk die vaak met Tante An op ons paste. Of een oma. 

Ik heb steeds in mijn hoofd dat ik vaker hierin wil schrijven maar dat lukt nooit zo. Dan heb ik geen zin of ben ik bang om me weer triest te gaan voelen en dan ga ik iets anders doen. Echte rust heb ik niet in mijn lijf. Zo blijf ik maar zoeken naar mooie stenen en dingetjes voor je grafje. Terwijl ik liever leuke kleertjes voor je zou willen zoeken. En dan vind ik niks mooi genoeg voor je grafje en blijf ik maar zoeken. Of vind ik het wel mooi genoeg maar dan heb ik het gevoel dat er meer en meer moet komen. Dat is eigenlijk nergens voor nodig hè. Het mooiste plekje heb je in ons hart. En daar blijf je altijd. Ons eerste kindje, zo mooi.


 

donderdag 16 juli 2020

Internetconsultatie wetsvoorstel thuisonderwijs



Als ik dit wetsvoorstel lees, is mijn eerste gedachte, hebben jullie wel enig notie van een kind? Of van een mens in zijn algemeenheid? Dit voorstel lijkt geheel geschreven te zijn vanuit een denken in wetten, voorschriften, controle en regulatie. Vanuit angst. Zonder enig benul van wat een mens tot een mens maakt en hoe een mens zich ontwikkelt. Het gaat geheel voorbij aan de basis van mens zijn en de intrinsieke motivatie van een ieder om zichzelf te ontwikkelen in het leven. Dat ieder mens een eigenheid heeft die sturing geeft aan zijn of haar ontwikkeling. In vrijheid en gebondenheid. En dat een kind zich alleen echt kan ontwikkelen als aan een basisbehoefte is voldaan, namelijk veiligheid. In dit voorstel zijn kinderen verworden tot machines waar je een muntje in gooit en het kant en klare product er dan uit komt. Toetsbaar en al. Zou heel makkelijk zijn als het zo werkt, maar zo werkt het niet. Dat jullie dit in het onderwijssysteem wel proberen, is me al heel lang duidelijk maar dat het niet werkt, ook. 

Het wetsvoorstel


Ook verwonder ik me over de energie die jullie erin stoppen een relatief kleine groep mensen terug te proppen in een systeem dat al lang verjaard is. Een groep kinderen, mensen die zich bevindt in de liefdevolle omgeving van hun ouders en andere mensen om hen heen. Die hun leven op zinvolle wijze leven en over het algemeen zeer bewust omgaan met alles wat ze tegenkomen in hun leven. Is dit nou werkelijk de groep die ondersteuning van de overheid nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen? Zijn er geen kinderen die zitten te springen om de juiste hulp en ondersteuning, schoolgaand en al? In niet kloppende thuissituaties? Terwijl we met zijn allen heel goed weten dat de groep kinderen die thuisonderwijs krijgen en voor wie deze wet bedoeld is, een prachtig leven leiden, omgeven door mensen die hen steunen en stimuleren zich te ontwikkelen. Zijn wij nou de gezinnen waar je ieder jaar een onderwijsinspecteur of leerplichtambtenaar langs wil sturen, of nog vaker per jaar want ook onverwachte bezoeken zijn niet uitgesloten? Best zonde van jullie kostbare tijd. 




Wat mij betreft gaat dit wetsvoorstel voorbij aan alles waar thuisonderwijs voor staat. Het haalt de kracht uit de thuisonderwijs setting door ons te verplichten thuis schooltje te spelen. Terwijl thuisonderwijs juist een alternatief biedt op hoe een kind zich zou moeten ontwikkelen volgens het schoolsysteem. Het vervolgens dan langs de meetlat van het reguliere onderwijs leggen, zorgt er dan juist voor dat wij ons kind niet kunnen volgen maar hem moeten verplichten om zich door schoolse methodes heen te worstelen. 

Wat mij betreft ligt de kracht van het thuisonderwijs in de kindgerichtheid en de individuele ontwikkeling volgens de intrinsieke motivatie en leerbehoefte van ieder kind. Deze kracht haalt het wetsvoorstel onderuit door ons te verplichten aan de keukentafel schooltje te gaan spelen. 
In de huidige situatie kunnen we er regelmatig op uit om de wereld te ontdekken en zijn mijn kinderen omringd door mensen die hen dingen leren. En wat ze buitenshuis leren verstevigen we weer door eenmaal thuis dingen terug te zoeken, erover te praten en verder uit te werken. Dit zie je niet terug in een verplichte toets op vaste leeftijden. Ook kan ik nu differentieren naar leerstijl van het kind, op creatieve wijze. Met het huidige voorstel zouden we verplicht worden ons weer door lesboeken heen te worstelen waar we nu op internet naar informatie zoeken, spelletjes spelen, taarten bakken etcetera. 





Dit voorstel dwingt ons ons aan te passen aan een systeem dat ons niet past. Door de geschiedenis heen zijn het juist vaak de andersdenkenden, de mensen die buiten de lijntjes kleuren geweest die zorgden voor vooruitgang. Dit is een relatief kleine groep kinderen en jongeren, liefdevol en kundig begeleid door hun ouders en andere mensen uit hun directe omgeving. Waarom willen jullie ook deze groep weer terug het systeem in manoeuvreren?  Is dat angst? 




In het voorstel zie ik ook staan dat jullie controles voorschrijven bij ons thuis. Dit zou voor onze kinderen een uiterst onveilige situatie zijn, zeker als deze controles onverwacht kunnen plaatsvinden. Bij mijn weten komt de onderwijsinspectie ook niet onaangekondigd bij scholen langs en worden individuele kinderen niet door de inspecteur bevraagd op een school. Met dit voorstel zouden wij wel iemand in ons huis moeten toelaten, hem/haar de leerplek laten zien (dat is niet echt een plek maar goed, we zitten wel vaker aan de keukentafel) en zouden mijn kinderen met deze inspecteur moeten praten. Bij niet slagen moeten mijn kinderen dan voor straf terug naar school. Waanzinnig voorstel. Ik kan alleen maar bedenken dat jullie dit hebben verzonnen met het idee in het achterhoofd, “als die mensen dan zo anders willen doen, dan gaan ze ook maar gewoon met de gevolgen van die keuze om”. Geen enkel blijk van enig inzicht in het kind, welk kind dan ook. 

Toen ik dit wetsvoorstel las, dacht ik, hoe slapen jullie eigenlijk ‘s nachts? In diepe tevredenheid dat de maatschappij weer een beetje meer beheersbaar is geworden zo? Geeft dat rust? Het leven zou zoveel mooier kunnen zijn als je de eindeloze variatie zou kunnen zien, in mensen. In hoe ze zijn en hoe ze zich ontwikkelen. Als je daar liefdevol naar kunt kijken in plaats van in angst proberen alles weer in een mal te passen. Een prachtige uitdaging voor een ieder in de nabijheid van een kind om dit kind liefdevol te ondersteunen zich te ontwikkelen naar eigen individuele behoefte en motivatie. Dat doen jullie me met dit wetsvoorstel niet na. 












vrijdag 20 maart 2020

Healing from narcissism

Last year I fell in the web of a narcistic abuser. I was his one and true soulmate, our energies were matching, he would take care of me and never hurt me. He did not exactly keep that promise. And I know it's not a realistic promise anyway but in this case, he did everything to hurt me. And hurt me even deeper.

We had a romantic relation for a month. I already had some doubts, about his stories and his time schedule. And I tried to check the information he gave me but I could not find anything on the internet. There was a good reason for that, he is working on a very secretive job. Really. Nothing could be shared. I decided to give him the benefit of my doubts and decided that if he felt confident enough to tell me the truth, he would. He didn't. He ran away.

Now I'm not sure if he will ever tell anyone the truth. Because there is no job, no money, no nothing. And most above all, there is no real love. He told me he loved me so much. It felt as if we had always been together. I was the one. And the funny thing is, I was having doubts. I was scared I could not meet up to his expectations. I thought, maybe in two months time I realise my love is fading. What will happen then? But he had it all planned out. He would start his own business and rent a house nearby.

Small cracks started to come in. He accused me of being jealous. I was innocent. I had not thought of being jealous at all because I was the one. So why would I be jealous then. Get real. He told me I was too clingy. Clingy? Me? I was just asking him about the promises he had made before and I felt it was all fading away. He canceled things, I was not allowed to join him in the weekend and that was the end. A week after breaking up and leaving me devastated he told me he was sleeping with other women. Having fun. He met someone else who was really the one. And so on and on.

Now I know everything was a lie. Everything he did and everything he told me he felt for me. There were some short moments of truth, for example when he told me he was too damaged and would only damage me. That was true. That he has a very dark thing inside that no one will ever see because he hides it. True.

Now I am in the stage of figuring it all out. The lies, the things I didn't understand, his accusations of me being clingy, intense, not loyal and so on. The stories about ..  traveling around the world, ..., other women, sauna's. The advises he gave me about how I could become a better person, the constant push and pull, the sudden outbursts of being angry.

Of course it is incredibly sad to realise that the sweet smart kid that he once was and who I could still see in his eyes turned out to be a pathological liar who hurts others because he cannot love. He cannot love himself or anyone else. Maybe one day An unpopular view on narcissism

But.... I am not the one to heal him. I am not the one who can save him. I realised last week that by trying to avoid loosing him (by putting firm boundaries) I had lost myself. I had turned into a neurotic woman, with anxiety attacks at night, not able to sleep, always trying to think of how to please him. I isolated myself from my loved ones because I was too occupied trying to be a good person who deserves to be loved. That's how it works, narcistic abuse.

And I am not a weak insecure person. I am not. I am a strong, smart and independent woman who can think for herself. Who has always worked hard, with the support of her husband, to live an independent life, different from most people but well thought and raising her kids to become confident, loving and lively human beings. With a heart of gold. But I fell into a web woven for me. And a way of thinking so far away from the way I think that I just could not believe it. I could not believe that someone brainwashes you so effectively just for his own good. Why?

There is no why. There is only the need to heal. To see the whole picture, say goodbye to it all and return to love. Love for myself, love for the ones around me. To calm down my overstretched nerves, to take small steps in just living and loving. As a matter of fact, this whole Corona virus isolation thing is a blessing in disguise for me. Having Arjan around all day to talk to when I really need to, the kids around to see what really matters, living the simple life that has it all. The only thing I would really wish to do is hug my parents. But that's a bit risky at the moment...

When we adopted Chunlian from China, we were filmed by Hello Goodbye on the airport. The song you hear at the end is Real Love, originally by John Lennon but now song by Tom Odell. It's Chunlians song and it is real: Real love

Thank you for reading my story. Please take care and know that everyone can fall for this kind of abuse, even a strong and indepent woman like me :) . Healing from it is what matters and at the end it's all about finding the love in yourself.



dinsdag 22 oktober 2019

Mangrove

Ik werd geboren in een bos, een mangrovebos. Als het laagwater was, konden we over de grond lopen, tussen de boomwortels. Als het water dan weer op kwam, gingen we omhoog, de bomen in. Daar hadden we een heel netwerk van paden en woon- en slaapplekken. Zo hadden mijn ouders en hun voorouders altijd geleefd. In en tussen de mangrovebomen.

Op sommige plekken kon je de zon zien. Ik vond dat zo heerlijk. Soms zag ik een ijsvogel tussen de bomen. Dan zag ik het mooiste blauwgroen dat ik me kon voorstellen.

Als kind speelden we met de degenkrabben die we vonden zonder ze te hoeven zoeken. We vingen kreeften en kleine visjes en voelden de jonge garnalen tussen onze tenen. Zonder er moeite voor te hoeven doen, konden we de hele dag verstoppertje spelen. Het was altijd warm en vochtig. En er waren altijd muggen.

Onze vaders visten op de rivier naast het bos. De rivier die even verder uitmondde in de zee. Soms mocht ik mee. Dat waren mijn mooiste dagen. Ik voelde me vrij want ik kon ineens echt kijken, verder dan de volgende boom. Ik kon de wereld zien waarin ik leefde. Ik voelde de zon op mijn huid. Het vocht dat in het bos altijd overal was, droogde op. Ik zag vogels door de lucht zweven. Ik zag lucht en wolken. En in de verte de zee. De zee waarover ik zoveel enge verhalen had gehoord dat ik zeker wist dat ik daar echt nooit moest komen. Het water waarboven wij leefden kwam daar vandaan. Uit de rivier die van het land kwam en uit de zee. En daar waar het zoete en zoute water zich mengde, woonden wij. Zonder de boomwortels om het zeewater af te remmen was het zeewater meedogenloos. Dat wist ik al heel jong. Ooit was iemand er heen gevaren, naar de zee, en nooit meer terug gekeerd.

Dus bleven wij veilig in het mangrovebos. Tussen de eindeloze takken en bladeren. Muggen en zilt water. Degenkrabben om mee te spelen. En kreeften die je kon uitdagen om met stokjes te vechten die wij naar ze uitstaken. En af en toe zag ik even de zon en de blauwe lucht, op een plek zonder de bladeren van de mangrovebomen. Ik kon de hele dag naar de lucht kijken. Maar dat was niet de bedoeling, ik was een meisje van de mangrove. Niet van de blauwe lucht en de vogels die daar zo vrij in rondvlogen.

Ik werd ouder en mijn vriendinnetjes kregen kinderen. Met jongens die ook in de mangrove woonden. Maar ik niet. Ik bleef over. En keek naar de lucht.

Op een dag stond hij voor mij. Een prachtige man. Hij zag er heel bijzonder uit met een lichte huid, blauwgroene ogen en blond haar. Hij had lichte schone kleren aan die ook nog heel waren. En daar stond ik, met versleten stukken stof aan mijn huid. En ik wist niet wat ik zag. Ik wist wel dat hij het was op wie ik gewacht had. Al die tijd dat mijn vriendinnen kinderen kregen met de mannen uit het mangrovebos. Hij was het.

Toen ik hem aankeek in ogen die zo scherp blauwgroen waren als het blauwgroen van de ijsvogels, zag ik dat hij het ook wist. Dat ik het was. Naar wie hij op zoek was. Tussen de degenkrabben, kreeften, jonge garnalen en muggen.

Ik liet hem mijn wereld zien. Bewegend tussen eb en vloed. Tussen de mangrovebomen. We raakten elkaar voorzichtig aan. Zijn huid op mijn huid. En de verschillen verdwenen. Ik voelde onze energie door elkaar gaan lopen. En ik wist niet meer waar ik eindigde en hij begon. Ik keek hem in zijn ogen die zo bijzonder waren. Overweldigend was de energie die ik daarin zag. Ik zag alles. Alles wie hij was. Ik was hem en hij was mij. Zonder woorden wisten we dat.

Op een dag ging hij weer weg. Ik had al gezien dat zijn ogen waren veranderd. Alsof er een scherm voor was gekomen. Ik kon er niet meer doorheen kijken. Langzaam voelde ik alles in mij naar beneden zakken. Alsof alle cellen in mijn lijf die zo dansten sinds ik hem had ontmoet weer ophielden te bewegen. En ik alleen nog maar dat puntje was in mijn lichaam dat ik altijd was geweest. Terwijl ik met hem een grote energiegolf was. Zo voelde het.

En hij ging weg zoals hij gekomen was. Ineens was hij er niet meer. Terug naar zijn wereld. Die ik niet kende. En waar ik me niets bij voor kon stellen. Ook al had hij erover verteld. En had ik de energie ervan gevoeld als zijn energie een werd met mijn energie. Van het mangrovebos.

Toen mijn buik begon te groeien, wist ik dat ik op reis moest gaan. Naar de grote gevaarlijke zee en nog verder. En ik deed het engste dat ik me voor kon stellen. Ik pakte een boot en voer de zee op. Tussen de getijden door zodat ik niet te ver de zee op zou worden gedreven maar het me wel lukte om door de branding heen te komen. Ik wist welke kant ik op moest varen, eenmaal op zee. En ik ging op zoek naar het dorp om de hoek dat hij me had beschreven.

Ik zag de zee en ik wist niet wat ik zag en voelde. Golven en vogels die vrijuit alle kanten op konden vliegen. Ik wilde dat ik een vogel was op dat moment. Ik zag bootjes met vissers. Ik zag de zon die overal scheen. Ik voelde de druppels van de zoute zee, zouter dan het water in de rivier en tussen de mangrovebomen. Ik zag strandjes met zand, zo wit dat het pijn deed aan mijn ogen. Er groeiden bomen, met enkel een stam en bladeren bovenin. Ik rook de warme zeelucht gemengd met de geur van aangespoelde resten uit de zee. De wind in mijn haren maakte dat ik me één voelde met alles.

Ik vond het dorp dat hij me beschreven had en ik vond zijn huis. Het huis met de lichtblauwe voordeur. HIj was er niet dus ik ging op het stoepje voor de deur zitten en wachtte tot hij thuis kwam.

Toen het schemerig werd stond hij daar. Ik keek hem in zijn ogen en wist dat hij het was. De man tegen wie ik al ja zei voordat ik geboren werd. De man die mij altijd naar de vrijheid had doen verlangen. De vrijheid van de open lucht en de vogels die daarin rond vlogen. De zon overal en de wind in mijn haren. Die man, die vrijheid, dat leven.

Onze dochter werd geboren, het mooiste wezen dat ik ooit had gezien. In haar kwamen onze werelden samen. Dat was hoe het zijn moest.

En nu staan we samen op een gouden strand. Hand in hand. We kijken uit over de blauwe zee. Met vogels en de zon overal en de wind in onze haren. Onze kinderen spelen achter ons. We horen hun gepraat en gelach. En wij staan daar, met onze voeten in het warme zand. Alles is goed. Zoals het al besloten was nog voordat wij werden geboren.



dinsdag 1 oktober 2019

Starman

Last night I heard this song, Starman,  in my head and thought of the boy next door who committed suicide in 1990, 25 years young.

He was diagnosed with schizophrenia. We always had the best conversations. He told me about his world and all the entities he met and was talking to. While he knew that in the "normal" world most people wouldn't see those creatures. And he told me a lot more, about his vision on things and things that happened to him because he was different.

But he wasn't happy. With all the voices in his head. Because of things I wasn't even aware of then or now. So he decided to leave this world.

At his funeral they played Starman by David Bowie. And I could only cry.

David Bowie Starman

woensdag 29 mei 2019

One at the battlefield

When in Pomaz, Hungary, Siem had the chance to train with Dimitar Trukanov. This was very important for him. It was a great idea of Christoph Némethy to invite Dimitar as a trainer, I'm grateful for that!

In your eagerness to be the best horseback archer it is easy to forget about your companion, the horse you are riding. I do understand that completely. As an observer of horseback archery trainings and competition I have noticed that some could be riding a bike instead of a living animal.
A very sensitive living animal that is biologically imprinted to judge every situation on dangerous or safe and if in danger, to flee from it. An animal that is used to work together in a group for protection and survival. So when left alone by its rider in the track and being used as a bike it gets completely lost. Most horses survive this by becoming insensitive, to protect themselves from an unbearable situation. Since I worked as a groom with show jumping horses I have often seen this happen. For me it was the most important reason to stop riding and working with horses when I was 20. And then I had a child who wanted to become a horseback archer. With two younger brothers who wanted to hug every horse that they saw.
Now that three of my kids are riding I found it very important that they learn to take care of their horse in an honest way. After some searching I found a place close to our home where they could learn this.
Of course it is very nice to be a great archer but at the end it's the horse you are riding who is your companion. Who you should care for, are responsible for. To learn that working together from a deep understanding of your horse and your relationship with the horse will give you the highest results.
At a competition this can mean that you don't ride the highest points. But you can still be a winner. For me being a winner means that you and your horse have given all you could together. A winner is being one at the battlefield.
Thank you so much Dimitar for helping Siem understand how to be one with his horse on the battlefield from a deep understanding of and compassion with his one and only companion there. For helping him to be a real winner. All that matters. 








zaterdag 17 november 2018

Dear Jeffry

I wrote this, in Dutch, two and a half years ago, after Jeffry's suicide.

Dear Jeffry,

I still think that you can come back any moment. And I still do, two and a half years later, it's still impossible that you won't come back. I still think that you will realise you made a mistake, you didn't realise so many persons loved you, loved you unconditionally, just because you are you. At the same time I know, because you were you, that you didn't make a mistake. But for me it was, a mistake.

The thing that made you such a great human being also was your biggest pitfall, your inmense compassion for other human beings. You understood everything, nothing human was strange or weird for you. You listened, you talked, you always made time, you were very attentive, you were perfect the way you are. But you didn't see yourself with the same compassion you saw others. You wanted to be perfect and while you were perfect in our eyes, you were not, in your own eyes.



While you were approaching perfection, because you are so terribly beautiful, smart and pretty and you had your masculine and feminine sides so beautifully balanced and so much more reasons, you weren't good enough for yourself. It was not enough to give you the inner peace you were searching for. And it certainly was not enough to release you from the inmense sadness that you carried with you. That we all knew about but in the end, you kept it for yourself, this inmense sadness. While every single one of us wishes you would have shared it with us, hoping that we could release you from it. While we all fell in love with you because you were you.

And when we went home after spending the day with you, to our children, our partners and pets and when we were sucked into the stream of lives in which our life resolved itself, you went home alone and tried to find peace with everything that your sensitive being had seen and felt, images, feelings and words from the past and present. Something like that.

I wish I had known you were so terribly depressed. You could always have called me, skyped me, whatever. Our door was always open, you could have been part of our family, unconditionally. And when I read all the reactions on Facebook after your death, I know I am not the only one who wished you would have knocked on my door. I am not the only one who wished you had asked for help, being in your darkest moments. I am not the only one who wished I could really have helped you.

I wished I could have been there for you. I wished you had allowed me to be there, exactly on those elusive moments that are so terribly and unreasonably difficult in life. I would have been there with love and dedication. Just like you were always there for others and took care of everyone, with love, understanding, devotion and dedication.

I know you are still here, in another form. That you feel all the love that we all feel for you. I know that once you have passed to the other side, our connection will have another, different form. Two and a half years later: yes it's like that but I still miss you dearly.

For now, I'll send you all my love. I wish you a peacefull passage to your new place. Please don't feel alone on your travel because you are in the thoughts of many, who all wish you the very best.

And secretly, I still hope you will come back. And two and a half years later, I still do. The thought that I will never be able to talk with you is still impossible.

With Love dear Jeffry,

Jouke