vrijdag 22 mei 2015

Onzichtbaar kind

Het rare van het wachten op Chunlian is dat we een soort van onzichtbaar kind hebben. Voor mij raakt dat een oude pijn want ook Jasper, onze eerstgeborene, was en is een onzichtbaar kind. Na zijn geboorte heb ik er over nagedacht met een lege kinderwagen over straat te gaan zodat ik over hem zou kunnen praten. Ik verfoeide de vlaggetjes overal bij ons in de straat, we woonden in een nieuwbouwwijk, hoera een jongen, hoera een meisje. Wat maakt het nou uit of het een jongen of een meisje is, hoera een kindje moet er staan, vond ik. Ik schreef de geschiedenis van mijn kinderen voordat ik hem kende. En eigenlijk zat mijn ergernis dieper. Niemand kon zien dat ik moeder was geworden. Niemand kon zien dat ik een kindje had gekregen.

Mijn hart maakt een sprong als iemand iets over Chunlian vraagt of zijn naam noemt. In fragmenten wordt hij op zo'n moment zichtbaar. Ook ik ken hem nog niet. Ik ken alleen zijn foto's, ik heb hem zien bewegen op filmpjes, met een heel lief stemmetje horen praten en ik heb verslagen over hem gelezen. Hij wordt beschreven als een een kleine druktemaker, had ik iets anders kunnen verwachten? Hij ziet er uit als een heel zachtaardig jongetje, lijkt me ook wel passend.

 Zijn foto's heb ik inmiddels grijs gestaard. Soms kijk ik expres een paar dagen niet naar hem in de hoop dat de foto's als nieuw zijn bij een volgende blik. Ik zoek vruchteloos op internet naar een nieuw puzzelstukje van zijn leven, naar een nieuw stapje in onze weg naar hem. Een machteloos gevoel, dat wachten op.

Straks is hij hier wel, hoewel ik dat nu nog niet kan geloven. Zijn bestaan kan dan niet langer ontkend worden, hij gaat een toekomst tegemoet waarin hij kan worden wie hij wil zijn. En tot die tijd huppelt hij rond in een weeshuis in China, met zijn vriendinnetje. Hij wordt liefdevol verzorgd door de verzorgsters, een weeskind in een weeshuis in China, zoals er zoveel weeskinderen zijn. Straks is er weer eentje minder. Chunlian is zijn naam: 春联



Foto er tijdelijk af, verkeerde media aandacht gekregen helaas
 

zaterdag 16 mei 2015

Mindshift

Als ik andere ouders vertel dat mijn kinderen op een democratische school zitten, krijg ik vaak te horen dat deze school voor hun kind niet geschikt zou zijn want hun kind heeft meer structuur nodig. Nu zitten er op de Ruimte vele kinderen van wie je kunt zeggen dat ze structuur nodig hebben en toch doen ze het erg goed op deze school.

Ik vermoed dat wat mensen nodig hebben niet zozeer structuur is maar verbinding, deel uit maken van een gemeenschap. Ik denk dat wij vaak het woord structuur gebruiken terwijl we eigenlijk verbinding bedoelen. Op het moment dat verbinding afwezig is, vormt structuur een soort kunstmatig vangnet. Structuur biedt dan nog een beetje houvast. Op een reguliere school met grote groepen, wisselende leerkrachten en kinderen ingedeeld op leeftijd in plaats van op eigen voorkeur, mist vaak de verbinding. Of ze willen of niet, kinderen zijn verplicht hun dag door te brengen in een lokaal of in de hal, aan een tafel, met kinderen uit hun groep en een leerkracht die hen vertelt wat ze moeten doen. Weinig tijd om verbinding te maken want ook de lesmethodes vragen om aandacht en de kerndoelen moeten worden gehaald. Hard werken voor de leerkrachten om de kinderen dan toch voldoende structuur, het kunstmatige vangnet, aan te bieden.

Misschien klopt het dus wel dat er op een democratische school weinig structuur is in de zin van een vast programma. Maar kinderen, in ieder geval onze kinderen die in een hecht gezin opgroeien, voelen haarfijn aan dat er wel verbinding is en dat ze deel uit maken van een gemeenschap. De afwezigheid van een kunstmatig vangnet maakt de school om verschillende redenen wel kwetsbaar.

De gemeenschap moet beschermd worden terwijl er continu druk op staat om te veranderen. Er komen nieuwe studenten (met ouders) en stafleden. Er komen nieuwe ideeën over natuurlijk leren, er zijn ontwikkelingen in onderwijsland waardoor leren op afstand makkelijker wordt. Er wordt in de maatschappij oneindig gepraat over wat goed onderwijs is en iedereen heeft er een mening over. In mijn vorige kritische blog haal ik ten dele uit naar de behoudendheid van de school. Tegelijkertijd realiseer ik me dat dit een beschermingsmechanisme is, niet altijd adequaat, om te voorkomen dat de gemeenschap uit elkaar valt en de verbinding ontbreekt. Ik denk niet dat vernieuwingen dit effect hebben in een gemeenschap die stevig staat maar ik kan me voorstellen dat dit in het verleden niet altijd het geval was.

Ook is de school kwetsbaar omdat je in een gemeenschap zult moeten zoeken naar een balans tussen "de neuzen de zelfde kant op" en het unieke van ieder individu. Mensen komen om zeer diverse redenen op school en het is belangrijk dat een ieder zich onderdeel gaat voelen van de gemeenschap die de school voelt, ieder weer op zijn of haar eigen wijze. Ook ouders horen hierbij, hoewel er mensen op school zijn die dat liever ontkennen. Contraproductief in mijn ogen. Ook hebben studenten, ouders, stafleden soms veel meegemaakt in hun onderwijscarrière en hebben ze tijd nodig om vertrouwen te krijgen in de gemeenschap waar ze deel van uit zijn gaan maken. Een sterke gemeenschap kan dit dragen maar als de gemeenschap op haar grondvesten trilt, gaan deze kwetsbare mensen onderuit.

De gemeenschap is ook kwetsbaar omdat het iets is dat je voelt, of niet. Structuur is te omschrijven en te kaderen, om 9 uur gaan we rekenen, om 10 uur eet je je appel en om 15 uur mag je weer naar huis. Je mag niet pesten en als er iets is, meld je dat bij de juf. Hoe omschrijf je een gemeenschap, hoe omschrijf je verbinding? Verbinding kun je niet afdwingen bovendien, het is onderdeel van ieders individuele vrijheid om een verbinding niet aan te gaan, tijdelijk of voortdurend. Hoe maak je een meerjarenplan voor een gemeenschap, waar ook innovatie in voorkomt? Een sterke gemeenschap omarmt innovatie en vernieuwing, een gemeenschap die onzeker is van zichzelf, zal zich afschermen en behoudend worden. Hoe kom je uit deze impasse zonder dat de gemeenschap ten onder gaat?

Ik denk dat het goed is om je te realiseren dat innoveren hoort bij de mens en dus ook bij een gemeenschap van mensen. Iedere gemeenschap maakt vernieuwingen door en juist door deze te omarmen en ook wel eens later tot de conclusie te komen dat het geen succes was, kan een gemeenschap blijven bestaan.

Het is een soort van mindshift die gemaakt zal moeten worden en lukt het om de hele gemeenschap die shift te laten maken? Is het zo dat er al een hele groep studenten en een aantal stafleden deze shift allang heeft gemaakt en geduldig afwacht tot de rest van de gemeenschap volgt? Ik ga voor deze laatste mogelijkheid!




dinsdag 12 mei 2015

Vrijheid of sociale dictatuur

Onze kinderen zitten op een democratische school die werkt volgens sociocratische principes. Sociocratie werkt niet met de meeste stemmen gelden maar met overwegend bezwaar en consent. Zolang iemand overwegend bezwaar heeft en hier goede redenen voor kan aandragen (en dan helpt het als die persoon welbespraakt is!), gaat een nieuw idee niet door. Dit werkt als er de boventoon wordt gevoerd door mensen die altruïstisch kunnen denken en kunnen reflecteren op hun eigen handelen. Dan is sociocratie misschien wel te verkiezen.

Op het moment dat een systeem echter vooral bezig lijkt te zijn zichzelf in stand te houden en het krampachtig gaat reageren, lijkt de sociocratie een heel geslepen middel om een soort sociale dictatuur te ontketenen. Een krampachtig in stand gehouden systeem is altijd een bron van ellende. Als het goed zou functioneren zou die kramp namelijk helemaal niet ontstaan en een systeem belangrijker maken dan een individu is in mijn ogen een gevaarlijk iets. In de praktijk zie je dat innovatieve processen kunnen worden stopgezet op een overwegend bezwaar van enkelingen die vast willen houden aan wat er al is. Nieuwe initiatieven worden geremd omdat het systeem traag reageert, met allerlei beslissingsstappen en even los (?) van het bestuurssysteem, daadkracht soms ontbreekt.

Het systeem in stand houden wordt belangrijker dan de individuele vrijheid van een ieder om zijn/haar eigen weg door het leven te kiezen. En dat is bijzonder op een school waar vrijheid om je eigen leven vorm te geven zo wordt gepropageerd. Een rare tegenstelling.

Op zich is het ook bijzonder dat een school voor democratisch onderwijs zoveel moeite lijkt te hebben met innovatieve processen en daardoor krampachtig wordt. Dit lijkt een erfenis uit het verleden te zijn, een erfenis die het systeem met zich mee draagt. Wij tegen de buitenwereld, de onderwijsinspectie, de leerplichtambtenaren, de doctrine van het reguliere onderwijs. Ik denk dat op we pas echte vrijheid kunnen ervaren voor onze kinderen en onszelf als we die erfenis overboord kunnen zetten. We maken een mooie gedenkdag voor de strijd die geleverd is en we gaan verder met het nu. Vrijheid om je leven in een gemeenschap van mensen zelf vorm te mogen geven en als individu niet ondergeschikt te zijn aan een systeem dat krampachtig in stand gehouden wordt.

Ik stem dus voor het oprichten van een monument voor de strijd die in het verleden is gevoerd, een dag om die strijd de herdenken en dan nu verder te gaan met het nu. Zou dat kunnen? Er zit zoveel potentie in de school dat het mooi zo zijn als het lukte!

zondag 3 mei 2015

Muizen en zo

Eigenlijk is het proces van adopteren een soort mindgame.

Ik verlang naar het moment dat Chunlian hier bij ons is maar dan zijn de lente en de zomer al weer voorbij. De lente en zomer dat Qiujun acht is, Siem elf en Tijmen dertien jaar oud. Een lente en zomer waarin ik in het nu wil kunnen leven en wil kunnen genieten van hen die om mij heen zijn. Waarin we samen zijn, weliswaar zonder Chunlian en waarin we dingen beleven die we aan onze herinneringen toe gaan voegen. Weet je nog toen....

Ook nu zijn er herinneringen waarbij soms gezegd wordt, toen was jij nog in China Qiujun. Ook voor Chunlian komen er straks herinneringen langs van toen hij nog in China woonde. Als Chunlian er straks is, is Wookiee geen pup meer en Sofietje is er misschien wel helemaal niet meer.

Chunlian leeft zijn leven nu in China. Zijn herinneringen zijn van het weeshuis en de school waar hij heen gaat. Wij krijgen een glimps te zien op de filmpjes die we van hem hebben en die ik, als het zou kunnen, nu grijs gedraaid heb.

Terwijl ik van het nu wil genieten, verlang ik naar de toekomst en droom ik dat dat lieve mensenkind bij ons gezin hoort. Het gaat me nu steeds beter lukken dit verlangen te integreren in het genieten van nu. Geniale zin, toch? Maar het is wel zo.

Ik geniet van de opmerkingen van de kinderen. Zou Chunlian dit ook leuk vinden? Het lijkt me leuk om samen met hem, met zijn vieren, van die hoge duin te glijden. Ik droom dat we op een klif staan, hij staat naast me en we omarmen elkaar. Ik geniet van de muis die we op de rommelmarkt kochten voor een euro, die nu gewassen en wel op hem wacht in ons bed. Ik droom over zijn glimlach die we de eerste weken misschien helemaal niet zien en ik droom erover hem te zien rondrennen samen met zijn broers. En misschien vindt hij Muis wel leuk, misschien niet. De tijd zal het leren!






maandag 27 april 2015

Iemand missen die je nog niet kent

We zijn nu op vakantie op Texel. Onderweg hierheen realiseerde ik me dat ik het moeilijk vond dat Chunlian er niet bij is. Er ging een flits van gemis door me heen. Onze kinderen vinden het altijd erg fijn om naar Texel te gaan, net als wij, maar deze keer zag ik er tegenop omdat we Chunlian nog niet mee konden nemen.

Fikkie stoken in de tuin en engeltjes te paard maken, wandelen op het strand, naar de intertoys, het sommeltjespad, naar de film, allemaal dingen die bij Texel horen. Van de hoge duin naar beneden glijden en een wedstrijdje doen wie als eerste weer boven is. Ruzie maken over van wie welk bramenvalleitje in de Slufter is en de loze woorden van je verstandige ouders aan horen, de valleitjes zijn van zichzelf :) Voetballen in de tuin waarbij het voor sommigen onder ons al een hele prestatie is dat hun voet de bal raakt. Met je zakmes stokken bewerken tot mooie kunstvoorwerpen, als een kungfu master met een plastic tennisracket rondspringen in de tuin, stoeien op het grasveld, op je fiets mee de honden uitlaten. De Meierblis bij de Cocksdorp, het strand van de Jan Ayeslag, Sweet die hem smeert in duinen. Dat is Texel.

Een onvoorstelbaar en warm idee dat hier straks nog een kindje rondloopt die er hopelijk op zijn eigen manier van kan gaan genieten. Meegesleept door zijn broers, aan de hand genomen door ons mag hij alles in zijn eigen tempo en op zijn manier gaan ontdekken. In plaats van drie dan vier kinderen die van de duin naar beneden glijden, of zou hij dat niet durven? Dat mag ook, dan kijken we samen naar zijn grote broers.




zondag 12 april 2015

Als je in jezelf gelooft kun je alles zijn

Ooit gingen de oudste twee een ochtend per week naar de plusklus die eigenlijk plusklas of DaVinci heette. Vanuit het idee, ze hebben een adequaat labeltje en ze zijn niet zo gelukkig op de gewone school, dus laten we daar eens iets aan gaan doen. We hoorden uit ons hoogbegaafde netwerk dat het heel goed is voor hoogbegaafde kinderen, ze ontmoeten elkaar, ze leren leren en ze kunnen in een ochtend hun batterij opladen om er weer de hele week op de gewone school tegen te kunnen.

Maar het werkte helemaal niet voor onze kinderen. Ze vonden het helemaal niet leuk en zaten niet te wachten op een uitdaging in een vreemd schoolgebouw met onbekende kinderen. Ze hadden geen klik met de juf en maar heel soms met de kinderen.

Een ochtend per week moest Siem zijn faalangst overboord zetten, een van zijn leerdoelen immers, en echt nuttige dingen doen. Elke acht weken moest hij iets neerzetten over een onderwerp naar keuze of naar beperkte keuze ("jullie mogen kiezen maar het moet over eten gaan"). Maar hij wist niet hoe. Zie je wel, faalangst. Nee hij weet niet hoe. Hij weet niet hoe hij aan die enorme brei aan informatie en kennis die hij in zijn hoofd heeft zo'n draai kan geven zodat een ander dat een presentatie noemt. Je kunt wel naast hem gaan zitten en met hem praten over een onderwerp dat hem interesseert. Of met hem naar een museum gaan en dan praat hij je de oren van het hoofd want hij weet overal wel wat vanaf en als dat niet zo is, zorgt hij er in no time voor dat hij er wel van alles van af weet.

Ook het schakelen tussen plusklas en gewone school was lastig. Het waren twee verschillende werelden, bevestigd doordat de ene om de hoek was en de ander in de auto bereikt moest worden. En die twee werelden hadden geen ander contactlijntje dan ons kind, hoewel de plusklusjuffen uitgebreide verslagen schreven over wat er allemaal gedaan was. Misschien hadden de verslagen een kans gemaakt als ze hadden opgeschreven wat er allemaal gevoeld was maar dat was denk ik toch een brug te ver.

De plusklus was dus niet zo'n succes en wij gingen op zoek naar het waarom. Waarom vinden al die andere kinderen het wel leuk om daar een ochtend per week heen te gaan en onze kinderen helemaal niet? Waarom laden zij hun batterij daar helemaal niet op?

Kennelijk bestaan er hoogbegaafde kinderen en hoogbegaafde kinderen. Wat ze bindt is de neiging om dat wat ze doen in het extreme te doen, in ieder geval in de ogen van niet hoogbegaafde mensen. En die van ons zijn in het extreme eigenzinnig. Ze zijn bij te sturen maar niet te sturen. Je kunt met ze praten tot je een ons weegt maar als ze een idee in hun hoofd hebben, dan doen ze dat, one way or another. Daarbij zijn ze heel redelijk en mogen wij ons in de handjes knijpen dat hun normen en waardensysteem en emotionele ontwikkeling allang op een veel hoger niveau is dan het bij de meeste mensen ooit zal komen (en dan niet hoger als waardeoordeel maar als feit).

Ze weten van alles over van alles maar ze willen niet gedwongen worden dat te presenteren op een groot karton waar ze plaatjes op mogen plakken en lijntjes op mogen trekken om de verbindingen tussen de plaatjes aan te geven. Op het uur dat de juf voor hen bepaald heeft, in een lokaal waar ze zich niet prettig voelen (het gebouw had wat sick building neigingen), met allemaal andere kinderen van wie een aantal de presentatie toch echt door papa of mama in elkaar had laten draaien.

Op de school waar ze nu heen gaan, zijn ze gewoon wie ze zijn. Dat klinkt simpel maar in iets wat school heet en wat aan de door onze overheid o zo gewaardeerde leerplicht voldoet, is dat eigenlijk helemaal niet zo makkelijk. Het vergt een enorme denk slag om kinderen te gaan zien als zichzelf. Het grappige is dat onze oudste twee kinderen het helemaal niet moeilijk vonden om gewoon zichzelf te zijn, die snapten het idee van hun nieuwe school nog voordat ze er begonnen waren geloof ik. Ze moesten er alleen op leren vertrouwen dat het ook echt zo was, dat ze zichzelf mochten zijn en er geen verborgen ideeën achter zaten. En voor de jongste is het een van de belangrijkste dingen die we ons maar kunnen bedenken, jezelf mogen zijn in een omgeving met andere mensen. Als je in jezelf gelooft kun je de hele wereld aan!



 

donderdag 9 april 2015

Ik zie jou!


Hieronder kun je lezen hoe ik, in overleg met de basisschool waar ik werk, de HB groep inricht.
Tegenwoordig wordt er ontzettend veel geschreven over hoogbegaafdheid én over onderwijs. Scholen moeten steeds meer kunnen, zeker in het kader van het Passend Onderwijs en aan alle kanten wordt er gezocht naar vernieuwing en verbetering, het moet anders. En ook graag goedkoper! De werkelijkheid is weerbarstig; volle klassen, meerdere kinderen met leerproblemen of gedragsproblemen, een programma dat afgewerkt moet worden, administratie die bijgehouden moet worden. Voor hoogbegaafde kinderen is er geen klinkklare oplossing, de variatie is groot en de meningen over wat ze nodig hebben is per definitie zeer verdeeld.  Per definitie, omdat het nou eenmaal echt zo is dat de variatie in hoogbegaafde kinderen zo groot is dat ze allemaal iets anders nodig lijken te hebben. Wat ieder kind in ieder geval nodig heeft, is gezien te worden!

Hoogbegaafd en gezien worden

Vaak is het moeilijk om hoogbegaafde kinderen goed te zien. Sommigen willen vooral niet opvallen en duiken onder, anderen vertonen in de groep zeer storend gedrag, zijn moeilijk aanspreekbaar en komen niet tot leren. Sommige hoogbegaafde kinderen scoren zeer goed op toetsen, bij anderen zie je in hun schoolwerk niets terug van hun hoge IQ. De schoolwereld is helaas (nog) niet goed ingesteld op visueel denkende kinderen. Veel hoogbegaafde kinderen zijn “twice exceptional”, behalve hoogbegaafd zijn ze dyslectisch, beelddenker of vertonen ze autiform of hyperactief gedrag. Automatiseren is ook niet een van de sterkste kanten van veel hoogbegaafde kinderen.

Vertaalslag

De hele dag maken hoogbegaafde kinderen onbewust een vertaalslag, vanuit de losse stukjes informatie die ze van een leerkracht krijgen (bottom up) zoeken ze naar het overzicht (top down) omdat ze alleen vanuit dit overzicht de leerstof kunnen doorgronden. En alleen als ze iets doorgronden, kunnen ze het echt onthouden, tot zich nemen.

Ook in hun contacten met andere mensen, klasgenoten, de leerkracht, moeten hoogbegaafde kinderen voortdurend een vertaalslag maken om begrepen te worden. Gelukkig hebben de meesten daar de capaciteit voor maar sommigen, zeker beelddenkende kinderen, kunnen zich maar moeilijk verbaal staande houden in een wereld die niet op hen is ingesteld. Er gaat zoveel meer in hen om dan ze kunnen laten zien. Vaak zien ouders dan ook een heel ander kind dan de leerkracht.

Wie is nou het kind dat achter al deze kenmerken en verhalen zit? Dat is het kind dat ik wil zien! En ik wil het kind graag leren zich te laten zien aan zijn/haar omgeving, ook al begrijpt deze omgeving hem/haar niet volledig.

Op school!

Dit klinkt misschien heel therapeutisch allemaal maar mijn ervaring is dat dit best op school kan. En in mijn optiek is het ook belangrijk, dat het op school gebeurt, zodat het kind niet ook nog een vertaalslag moet maken van een therapeutische omgeving naar de klas. Op school mag hij/zij immers ook zichzelf zijn. Twee uurtjes samen met ontwikkelingsgelijken en een begeleider die je helemaal ziet, op je eigen school waar je ook de rest van de week doorbrengt, kunnen zeer stimulerend werken.

Dit ben ik

Ik ben Jouke, 45 jaar, getrouwd met Arjan en moeder van drie kinderen. Na mijn middelbare school, een zelfstandig gymnasium waar ik me het apezuur heb verveeld en weinig aansluiting had met klasgenoten, studeerde ik een jaar Biologie in Utrecht. Na mijn propedeuse jaar ging ik verder in Wageningen, ik studeerde Tropisch Landgebruik. Ik studeerde af in Voorlichtingskunde en Onderwijskunde, verkocht kaartjes bij de NS en werkte vier jaar in Bolivia aan het opzetten van een zorgboerderij voor kinderen met een beperking.

Terug in Nederland kregen Arjan en ik drie kinderen. Onze jongste had een zeer slechte start, hij woonde zijn eerste drie jaar in een weeshuis in China. Een bijzonder jongetje met veel capaciteiten waar we iedere dag weer een beetje meer van gaan zien. Zijn twee broers zijn hoogbegaafd, maar ook zeer dyslectisch (de oudste) en beelddenkend (de middelste).

Zes jaar geleden begon ik met Spaanse les aan een aantal hoogbegaafde kinderen op de school waar mijn kinderen toen nog zaten. Gaandeweg is de Spaanse les veranderd in individueel maatwerk voor ieder hoogbegaafd kind in de groep, waarbij de cognitieve uitdaging een hulpmiddel is om het proces te sturen       jij mag jezelf laten zien en niet het product bepalend is (na een jaar kun je een simpel gesprek in het Spaans houden met iemand uit Spanje).

Inmiddels heb ik een expertise opgebouwd die ik niet heb omgezet in diploma’s. Ook heb ik niet vele cursussen gevolgd, over beelddenken, dyslexie, autisme. Wel heb ik op internet en in boeken veel gelezen en heb ik vele ouders, leerkrachten en kinderen gesproken. Ik heb nagedacht, verschillende strategiën uitgeprobeerd, met mijn handen in mijn haar gezeten, de kick gevoeld van een geslaagd uur met hoogbegaafde kinderen en uiteindelijk me gerealiseerd dat het de weg is waar het om gaat, niet het einddoel.   

Mijn eigen kinderen zitten op een democratische school, waar life long learning centraal staat. Ieder kind mag daar zijn eigen ontwikkeling vorm geven, zijn eigen reisverhaal schrijven. Een grote uitdaging, voor het kind, voor de ouders en voor de stafleden op school. Ik heb daarvan geleerd dat ieder kind een intrinsieke behoefte heeft om zich te ontwikkelen, een nieuwsgierigheid om de wereld te ontdekken. Soms is dat even zoeken en heeft het kind tijd nodig en is het aan ons als begeleiders om het kind hier de tijd voor te geven. Spannend omdat het product niet duidelijk omschreven is en het proces voorop staat.

Zoektocht

Loslaten en begeleiden, een constant zoeken naar wat heb jij van mij nodig en wanneer laat ik je los? Wat is jouw vraag aan mij, hoe kan ik jou helpen jezelf te ontwikkelen? Als ik met mijn peergroup kinderen werk, stel ik mij voortdurend deze vragen en zie ik het als een motiverende uitdaging om te moeten improviseren! En af en toe spelen we een lekker potje weerwolven waarbij ik ook weer momenten aangrijp om bewustwordingsprocessen in gang te zetten.

Peergroup, van product naar proces

In deze groepen staat het cognitieve leren in dienst van de bredere ontwikkeling van het kind. Gebruikmakend van de individuele wensen van het kind zoek ik in deze groep naar zijn/haar sociale en emotionele ontwikkeling maar lopen we ook aan tegen praktische vaardigheden (die soms wat lager liggen dan gemiddeld), het gevoel anders te zijn dan de rest en de gevoeligheden zoals beschreven door Dabrowski (psychomotorisch, zintuiglijk, intellectueel, beeldend, emotioneel). Top down denken is in deze peergroups normaal, geen van de aanwezigen hoeft op die manier een vertaalslag te maken. Het proces heeft de nadruk, niet het product.

·         Individueel maatwerk, waarbij cognitieve uitdaging in dienst staat van een bredere ontwikkeling

·         Top down begeleiding

·         Bewustwording anders zijn en er mogen zijn

·         Twice exceptional is “normaal”

·         Gevoeligheden zoals beschreven door Dabrowski zijn “normaal”

·          Van product (einddoel) naar proces (de weg erheen)