donderdag 9 april 2015

Ik zie jou!


Hieronder kun je lezen hoe ik, in overleg met de basisschool waar ik werk, de HB groep inricht.
Tegenwoordig wordt er ontzettend veel geschreven over hoogbegaafdheid én over onderwijs. Scholen moeten steeds meer kunnen, zeker in het kader van het Passend Onderwijs en aan alle kanten wordt er gezocht naar vernieuwing en verbetering, het moet anders. En ook graag goedkoper! De werkelijkheid is weerbarstig; volle klassen, meerdere kinderen met leerproblemen of gedragsproblemen, een programma dat afgewerkt moet worden, administratie die bijgehouden moet worden. Voor hoogbegaafde kinderen is er geen klinkklare oplossing, de variatie is groot en de meningen over wat ze nodig hebben is per definitie zeer verdeeld.  Per definitie, omdat het nou eenmaal echt zo is dat de variatie in hoogbegaafde kinderen zo groot is dat ze allemaal iets anders nodig lijken te hebben. Wat ieder kind in ieder geval nodig heeft, is gezien te worden!

Hoogbegaafd en gezien worden

Vaak is het moeilijk om hoogbegaafde kinderen goed te zien. Sommigen willen vooral niet opvallen en duiken onder, anderen vertonen in de groep zeer storend gedrag, zijn moeilijk aanspreekbaar en komen niet tot leren. Sommige hoogbegaafde kinderen scoren zeer goed op toetsen, bij anderen zie je in hun schoolwerk niets terug van hun hoge IQ. De schoolwereld is helaas (nog) niet goed ingesteld op visueel denkende kinderen. Veel hoogbegaafde kinderen zijn “twice exceptional”, behalve hoogbegaafd zijn ze dyslectisch, beelddenker of vertonen ze autiform of hyperactief gedrag. Automatiseren is ook niet een van de sterkste kanten van veel hoogbegaafde kinderen.

Vertaalslag

De hele dag maken hoogbegaafde kinderen onbewust een vertaalslag, vanuit de losse stukjes informatie die ze van een leerkracht krijgen (bottom up) zoeken ze naar het overzicht (top down) omdat ze alleen vanuit dit overzicht de leerstof kunnen doorgronden. En alleen als ze iets doorgronden, kunnen ze het echt onthouden, tot zich nemen.

Ook in hun contacten met andere mensen, klasgenoten, de leerkracht, moeten hoogbegaafde kinderen voortdurend een vertaalslag maken om begrepen te worden. Gelukkig hebben de meesten daar de capaciteit voor maar sommigen, zeker beelddenkende kinderen, kunnen zich maar moeilijk verbaal staande houden in een wereld die niet op hen is ingesteld. Er gaat zoveel meer in hen om dan ze kunnen laten zien. Vaak zien ouders dan ook een heel ander kind dan de leerkracht.

Wie is nou het kind dat achter al deze kenmerken en verhalen zit? Dat is het kind dat ik wil zien! En ik wil het kind graag leren zich te laten zien aan zijn/haar omgeving, ook al begrijpt deze omgeving hem/haar niet volledig.

Op school!

Dit klinkt misschien heel therapeutisch allemaal maar mijn ervaring is dat dit best op school kan. En in mijn optiek is het ook belangrijk, dat het op school gebeurt, zodat het kind niet ook nog een vertaalslag moet maken van een therapeutische omgeving naar de klas. Op school mag hij/zij immers ook zichzelf zijn. Twee uurtjes samen met ontwikkelingsgelijken en een begeleider die je helemaal ziet, op je eigen school waar je ook de rest van de week doorbrengt, kunnen zeer stimulerend werken.

Dit ben ik

Ik ben Jouke, 45 jaar, getrouwd met Arjan en moeder van drie kinderen. Na mijn middelbare school, een zelfstandig gymnasium waar ik me het apezuur heb verveeld en weinig aansluiting had met klasgenoten, studeerde ik een jaar Biologie in Utrecht. Na mijn propedeuse jaar ging ik verder in Wageningen, ik studeerde Tropisch Landgebruik. Ik studeerde af in Voorlichtingskunde en Onderwijskunde, verkocht kaartjes bij de NS en werkte vier jaar in Bolivia aan het opzetten van een zorgboerderij voor kinderen met een beperking.

Terug in Nederland kregen Arjan en ik drie kinderen. Onze jongste had een zeer slechte start, hij woonde zijn eerste drie jaar in een weeshuis in China. Een bijzonder jongetje met veel capaciteiten waar we iedere dag weer een beetje meer van gaan zien. Zijn twee broers zijn hoogbegaafd, maar ook zeer dyslectisch (de oudste) en beelddenkend (de middelste).

Zes jaar geleden begon ik met Spaanse les aan een aantal hoogbegaafde kinderen op de school waar mijn kinderen toen nog zaten. Gaandeweg is de Spaanse les veranderd in individueel maatwerk voor ieder hoogbegaafd kind in de groep, waarbij de cognitieve uitdaging een hulpmiddel is om het proces te sturen       jij mag jezelf laten zien en niet het product bepalend is (na een jaar kun je een simpel gesprek in het Spaans houden met iemand uit Spanje).

Inmiddels heb ik een expertise opgebouwd die ik niet heb omgezet in diploma’s. Ook heb ik niet vele cursussen gevolgd, over beelddenken, dyslexie, autisme. Wel heb ik op internet en in boeken veel gelezen en heb ik vele ouders, leerkrachten en kinderen gesproken. Ik heb nagedacht, verschillende strategiën uitgeprobeerd, met mijn handen in mijn haar gezeten, de kick gevoeld van een geslaagd uur met hoogbegaafde kinderen en uiteindelijk me gerealiseerd dat het de weg is waar het om gaat, niet het einddoel.   

Mijn eigen kinderen zitten op een democratische school, waar life long learning centraal staat. Ieder kind mag daar zijn eigen ontwikkeling vorm geven, zijn eigen reisverhaal schrijven. Een grote uitdaging, voor het kind, voor de ouders en voor de stafleden op school. Ik heb daarvan geleerd dat ieder kind een intrinsieke behoefte heeft om zich te ontwikkelen, een nieuwsgierigheid om de wereld te ontdekken. Soms is dat even zoeken en heeft het kind tijd nodig en is het aan ons als begeleiders om het kind hier de tijd voor te geven. Spannend omdat het product niet duidelijk omschreven is en het proces voorop staat.

Zoektocht

Loslaten en begeleiden, een constant zoeken naar wat heb jij van mij nodig en wanneer laat ik je los? Wat is jouw vraag aan mij, hoe kan ik jou helpen jezelf te ontwikkelen? Als ik met mijn peergroup kinderen werk, stel ik mij voortdurend deze vragen en zie ik het als een motiverende uitdaging om te moeten improviseren! En af en toe spelen we een lekker potje weerwolven waarbij ik ook weer momenten aangrijp om bewustwordingsprocessen in gang te zetten.

Peergroup, van product naar proces

In deze groepen staat het cognitieve leren in dienst van de bredere ontwikkeling van het kind. Gebruikmakend van de individuele wensen van het kind zoek ik in deze groep naar zijn/haar sociale en emotionele ontwikkeling maar lopen we ook aan tegen praktische vaardigheden (die soms wat lager liggen dan gemiddeld), het gevoel anders te zijn dan de rest en de gevoeligheden zoals beschreven door Dabrowski (psychomotorisch, zintuiglijk, intellectueel, beeldend, emotioneel). Top down denken is in deze peergroups normaal, geen van de aanwezigen hoeft op die manier een vertaalslag te maken. Het proces heeft de nadruk, niet het product.

·         Individueel maatwerk, waarbij cognitieve uitdaging in dienst staat van een bredere ontwikkeling

·         Top down begeleiding

·         Bewustwording anders zijn en er mogen zijn

·         Twice exceptional is “normaal”

·         Gevoeligheden zoals beschreven door Dabrowski zijn “normaal”

·          Van product (einddoel) naar proces (de weg erheen)

zaterdag 4 april 2015

Dromen van een kind

Terwijl wij al weken naar jouw foto kijken, weet jij nog niets van ons bestaan. Onze dromen gaan over jou, je broers praten over jou.
Drie jaar al kom je in onze gedachten bij ons langs. Een kindje in een weeshuis in China, hetzelfde weeshuis als waar Qiujun zijn eerste 2,5 jaar verbleef.

Van de zomer gaven wij officieel de hoop op hem ooit bij ons gezin te mogen laten opgroeien en we verkochten de kinderfietsjes waar Qiujun uitgegroeid was en stopten de te kleine kleren in vuilniszakken om weg te brengen naar de kringloop. In november draaide onze werkelijkheid honderdtachtig graden. Het kindje was nog in het weeshuis, vertelde iemand ons en hij was adoptabel. Praktische bezwaren doemden op maar we besloten het gevoel dat hij bij ons hoort, te laten overheersen. En op een of andere manier leek tot nu toe het hele universum mee te willen werken. Een vergunninghouder (adoptieorganisatie) nam met ons de sprong in het diepe en de Raad van Kinderbescherming leverde maatwerk af. Het gaat er steeds meer op lijken dat dit kindje echt in ons gezin mag gaan opgroeien.

Terwijl wij iedere dag naar zijn foto's kijken, weet hij nog helemaal niets van ons bestaan. Ik probeer me zijn werkelijkheid voor te stellen, de muren van het weeshuis, de verzorgsters en de kinderen die daar zijn. Zijn bedje, de tafeltjes, de vloeren. Straks verandert die hele werkelijkheid, zonder dat hij daar ook maar iets over te zeggen heeft en zonder dat hij dat begrijpt en misschien zelfs zonder dat het hem van te voren is verteld. Net zoals toen hij door zijn geboorteouders werd afgestaan. Wij hebben dit nu voor hem besloten en hebben beredeneerd dat hij beter af is bij ons dan in het weeshuis of een ander gezin dat hem misschien in de toekomst wel zou willen adopteren. Wij hebben ja gezegd op hem, hij heeft niets te zeggen.

Ik zal van je houden, ik zal er altijd voor je zijn, ik wil je alles geven wat je nodig hebt, al mijn liefde en mijn warmte, mijn arm om jou heen, mijn heup om jou op te dragen, mijn geduld om op jou te wachten. Tot in de eeuwigheid zal ik op jou wachten. Als je tijd nodig hebt om aan je nieuwe wereld te wennen, om ons te gaan begrijpen, om het leuk te gaan vinden dat je bij ons bent, om het gevoel te krijgen dat je mag zijn wie je bent, ik zal op je wachten. Ik verwacht niets van je want ik heb alles al wat ik mij mezelf toe kan wensen en jij mag daarin zijn wie jij zijn wil, wie jij bent.




vrijdag 20 februari 2015

Kerndoelen en het continuum concept

Ik ben het zat, al dat gepraat over onderwijs zonder dat er ook maar wezenlijk iets verandert. In Den Haag weten ze van gekkigheid niet meer wat ze moeten verzinnen, ik wacht nu op een rekentoets Engels omdat er te grote niveauverschillen zouden zijn tussen kinderen die van de basisschool komen. Er is een nieuw platform dat iedereen het gevoel moet geven dat ze ook mee mogen praten over de kennis en vaardigheden die leerlingen in de toekomst nodig hebben, Onderwijs2032. Wat mij betreft slaat ook dit platform de plank mis en gaat het voorbij aan een vraag die eraan vooraf gaat maar waar niemand over na lijkt te denken. Wat heeft een kind nodig om zich te ontwikkelen? Wat is ontwikkeling eigenlijk en waarom ontwikkelt ieder mens zich? Zo lang we geen antwoord hebben geformuleerd op deze vragen en dit als uitgangspunt  nemen, is ieder nieuw initiatief vanuit Den Haag gedoemd te mislukken volgens mij.

Na de geboorte van onze oudste zoon voor wie niets vanzelfsprekend is, moesten wij op zoek naar een nieuw denkkader over het groot groeien van een kind. Hij groeide niet groot zoals in de boekjes stond en dat maakte ons onzeker. Via attachment parenting kwamen wij op het continuum concept van Jean Liedloff terecht.

Dit continuum concept gaf ons het vertrouwen dat ons kind instinctmatig wist wat hij nodig had en dat wij hem dit konden geven als we goed naar hem luisterden. Leren luisteren naar hem en niet naar allerlei opvoedkundige tips was iets wat we in de jaren leerden. En toen werd hij leerplichtig.....

Op het moment dat een kind een reguliere school binnen gaat, wordt er eigenlijk niet meer naar hem geluisterd. Natuurlijk zijn er kinderen die het leuk vinden om in de kring te zitten en te luisteren naar de juf maar er zijn ook een heleboel kinderen die liever spelen. En van de kinderen die het leuk vinden om elke ochtend een half uur in de kring te moeten zitten op 4 jarige leeftijd, vraag ik me nog af of ze dit zo vinden omdat ze hebben gehoord dat je dat doet als je 4 bent, dat het zitten op een stoeltje en luisteren naar anderen erbij hoort en dat je op die manier bij de groep hoort of dat ze dit echt fantastisch vinden. Mijn kinderen zagen er de lol niet van in. Natuurlijk proberen de juffen het kind te volgen maar door de groepsgrootte, de verwachtingen van ouders en verzorgers en de omgeving waarin zij de klas draaiende moet houden, is dit maar heel beperkt mogelijk. En eenmaal in groep 3 moet ieder kind leren lezen, volgens dezelfde methode en wordt er voortdurend bijgehouden hoe het met het lezen en rekenen gaat.

Ik heb dit een paar jaar aangezien maar kwam toch echt tot de conclusie dat het niet kan zijn zoals een kind zich het beste ontwikkelt.

Ik denk echt dat een kind heel goed weet wat hij nodig heeft om te ontwikkelen. In vrijheid, in een inspirerende omgeving waarin kinderen ervaringen kunnen opdoen, begeleid door liefdevolle, empathische volwassenen, dat zou wat mij betreft het uitgangspunt van goed onderwijs moeten zijn. Dat het hele onderwijs hiervoor op de schop moet, want een klaslokaal met tafeltjes en stoeltjes en 30 medeleerlingen valt wat mij betreft niet onder een inspirerende omgeving, dat is mij duidelijk. Maar het opnieuw omschrijven van kerndoelen zonder eerst te kijken naar de uitgangspunten van menselijke ontwikkeling, is wat mij betreft kansloos.

Gister haalde ik mijn kinderen op van hun democratische (niet bekostigde) school. Het was prachtig weer en ze liepen met een grote groep kinderen buiten rond, zonder jassen :) met zwaarden en schilden. Zelf hadden ze hun LARP spel vorm gegeven, onderhandeld over de rollen en de inhoud van het spel. In de auto werd er nog druk gepraat en eenmaal thuis werden er sites afgespeurd waar deze LARP wapens op staan. En dan is dit LARPen nog maar een van de vele werelden die de afgelopen anderhalf jaar, sinds ze op deze school zitten, voor ze open is gegaan! Helaas staat dit onderwerp niet in de kerndoelen, maar mijn kinderen leren er erg veel van.

vrijdag 6 februari 2015

Een droom

Laatst droomde ik. Ik zat op de middelbare school en had het overweldigende gevoel dat ik van alles moest. Ik was wezen kijken op een democratische school, zo eentje als waar mijn kinderen nu op zitten en daar zou ik het volgende schooljaar heen gaan (in mijn droom). Ik zou het huidige schooljaar op de oude school afmaken. Nog een paar maanden.

De komende week gingen we verhuizen, op donderdag en eigenlijk wilde ik daar bij zijn. Maar dat kon natuurlijk niet want ik moest naar school. Tenzij ik al op de democratische school had gezeten, dan had ik flexibel verlof kunnen opnemen of studieverlof kunnen vragen. Wat een vrijheid en eigenlijk begreep ik niet waarom ik nou nog op die oude school bleef de komende maanden, ik voelde zo duidelijk dat ik op die nieuwe school moest wezen. Daar kon ik gaan doen wat ik belangrijk vond en mijn tijd zelf indelen. Dat was wat ik wilde (en eigenlijk al zoveel mogelijk deed).

In werkelijkheid zat ik op een zelfstandig gymnasium en dat vond ik vreselijk. Ieder uur naar een andere les, ik verveelde me suf en had er een ontzettende hekel aan dat leerkrachten voor mij bepaalden wanneer ik een toets moest maken, zonder enig overleg of het ook goed uitkwam, welke boeken ik mee moest sjouwen ook al had ik ze niet nodig en al die oneindige oefeningetjes die je moest maken terwijl je het al lang wist. Ik kan me nog herinneren dat ik er iedere zomer weer intrapte, als ik de boeken voor het nieuwe schooljaar kreeg. Fantastisch, allemaal nieuwe interessante dingen om te leren. En binnen een schoolweek was het magische er al weer af, zat je oneindig te luisteren naar een geschiedenisjuf die wat in het boek stond nog eens vertelde, terwijl ik dat in de tussentijd al tig keer door had kunnen lezen. Binnen een week was het weer net zo saai als het jaar ervoor. Mazzel had ik dat ik goede cijfers haalde, in de vijfde en zesde spijbelde ik me het ongeluk. Mijn laagste cijfer was voor Nederlands, want ik kon echt niet schrijven volgens de leraar. En bedankt. Of kwam dat omdat ik er een keer iets van zei toen hij besloot een proefwerk te geven over twee dagen terwijl me dat echt niet uitkwam en ik daar iets van zei? Op vrijdagen, zeker als het mooi weer was, spijbelde ik vaak, dan was ik er klaar mee. Kortom, ik had het graag zelf in de hand gehad, mijn eigen ontwikkeling.

Overdag beredeneer ik me soms suf over het onderwijs en maak ik me zorgen over de ontwikkeling van mijn kinderen. Doen we er wel goed aan ze zelf hun ontwikkeling vorm te laten geven, nemen ze het ons straks niet kwalijk dat we ze niet naar een gewone school hebben gestuurd?

Fijn dat zo'n droom me in een keer kan laten invoelen dat we op de goede weg zijn, dat dit ook is wat ik als kind had gewild. Natuurlijk is ieder kind anders maar hierin zijn we toch redelijk uniform in dit gezin, in vrijheid ontwikkelen wij ons!







 

Mariposa

Ik ben onze oudste zoon zeer dankbaar dat hij een ware uitdaging voor ons was toen hij nog klein was. Dankzij hem moest ik mezelf opnieuw uitvinden en de enige sluitende omschrijving van hem was "niets is vanzelfsprekend". In het bos wandelde hij nooit over de paadjes, in de winter wilde  hij geen muts of wanten aan, hij weigerde naar school te gaan toen hij vier jaar was, hij speelde niet met speelgoed maar ruimde iedere dag alle keukenkastjes en de koelkast uit, hij liep over het aanrecht en klom overal in, hij wilde niets zelf doen van wat nou wel handig was zelf te doen maar wilde wel alles zelf bepalen en toen zijn broertje op een nacht geboren was, besloot hij nooit meer te gaan slapen want er zou er toch zo maar nog eentje kunnen komen als je even niet op let.

Hij keek dwars door mij heen en verdeelde mensen over twee categorieën, met een dik vel (dan kon hij hun gedachten niet lezen) en met een dun vel. Tja, daar sta je dan als ouder, met al je goede gedrag en moet je iedere dag jezelf opnieuw uitvinden. Al mijn oneigenlijke gedachten werden getackled, ik moest vooral niet iets willen omdat ik dacht dat het van me verwacht werd want dan had hij het meteen door. En daar deed hij dus niet aan mee!

Op blote voeten mee de honden uitlaten, als peutertje in hartje winter zonder muts voorop de fiets mee naar het dorp en in een winkel bleef hij heus niet bij me. Regelmatig werd hij door anderen teruggebracht, een engeltje met blauwe ogen en pijpenkrullen die zijn moeder kwijt was. Hij was mij helemaal niet kwijt en dat wist ik ook maar dat wisten al die andere goedbedoelende mensen niet.

Soms schreef ik helende verhalen voor hem in de hoop hem de wereld te kunnen uitleggen of het leven iets makkelijker te maken voor mezelf. Of ze echt effect hadden, ik heb zo mijn twijfels maar het is wel leuk om ze na te lezen. Eigenlijk snapte hij de wereld op zijn manier heel goed, hij was alleen niet van plan zich zo maar erin te voegen.

Hieronder de start van een verhaal dat ik nooit afmaakte maar dat misschien wel af is want onze zoon geniet nu van de wereld die hij zelf mag ontdekken, met liefdevolle ondersteuning van de mensen om hem heen.


 
Mariposa

Er was eens een heel mooie vlinder. Mariposa was haar naam. Mariposa wilde ontzettend graag net als alle andere vlinders zijn. Ze wilde met alle andere vlinders op de bloemen van de vlinderbloemstruik zitten. Ze wilde samen rondjes fladderen om de struik in de schemering van de dag.

Maar hoe hard ze het ook probeerde, ze kon het niet. Ze voelde zich altijd weer aangetrokken tot een mooie bloem die door geen andere vlinder gezien werd. Of ze vond de lucht zo mooi dat ze vergat om samen met de andere vlinders om de struik te fladderen. Dan vloog ze naar die mooie lucht toe.

Ze vond het eigenlijk wel heerlijk om de dingen op haar eigen manier te doen. Maar soms voelde ze zich wel eens alleen, zonder een andere vlinder om al die mooie dingen mee te delen.

Op een mooie lenteavond was Mariposa weer omhoog de lucht in gevlogen, op weg naar de mooie kleuren die ze daar zag.
 

zondag 18 januari 2015

Aan de Nederlandse overheid

Nederlandse overheid,

Ik heb ergens moeite mee. Wij zijn verplicht onze kinderen naar school te laten gaan, ze thuis houden is strafbaar of kan alleen na een heleboel gedoe met de leerplichtambtenaar. Wij hebben echt geprobeerd onze kinderen naar een reguliere school te laten gaan, jarenlang, veel te lang.

Ondersteunende therapieën, vele drama's thuis, iedere vakantie op de tweede helft ontploffende kinderen want de school begon weer bijna, elke ochtend een inschatting moeten maken of de buikpijn/hoofdpijn/duizeligheid zo ernstig was dat er niet naar school gegaan kon worden, onszelf binnenstebuiten kerend over waarom onze kinderen toch niet naar een school konden waar de rest van alle kinderen uit de buurt gewoon iedere dag heen gingen, vele gesprekken op school, afspraken bij de schoolarts.

Ze vonden niets meer leuk, de oudste leek wel stoned de hele dag, de middelste zat tegen het plafond van woede en de derde wist zeker dat hij helemaal niets kon omdat hij het op school allemaal niet kon bijhouden. Thuis waren we eigenlijk alleen maar aan bezig met het oplappen van onze kinderen. Dat sloeg eigenlijk nergens meer op. En toen gooiden we de knop om, klaar waren we ermee.

Inmiddels zitten onze drie kinderen op een niet bekostigde school. Een school die niet perfect functioneert maar waar onze kinderen het wel goed hebben. Waar ze de meeste ochtenden toch wel naar toe willen en waar ik ze vrolijk van op haal. Waar ze zichzelf mogen zijn en mogen doen waar zij zo naar hunkerden, namelijk contact hebben met kinderen en mensen met wie zij het goed kunnen vinden. Ruzies worden uitgepraat, er is ruimte om kinderen te mijden waar je het niet mee kunt vinden en tijd om te praten met mensen met wie je wilt praten. Je kunt rondrennen als je daar behoefte aan hebt en je leert luisteren naar jezelf en anderen. Je mag er zijn wie je bent of daar naar op zoek gaan.

Niet met 30 leeftijdsgenoten en een juf in een klaslokaal aan je eigen tafeltje, in de juiste werkhouding, werken aan je eigen werk maar met 150 studenten en een aantal stafleden in een groot schoolgebouw met een grote buitenruimte samen de dag doorbrengen.

Mijn kinderen zijn weer nieuwsgierig geworden, ze willen weer weten hoe iets werkt, ze zijn vrolijk en aanwezig. Thuis spelen ze met elkaar, ze overleggen, ze maken ruzie, ze zijn gewoon weer kinderen. Ze zijn dan wel hoogbegaafd (in de meerderheid) of hebben een achterstand in hun ontwikkeling (in de minderheid), maar ze zijn ook weer gewoon kinderen in ontwikkeling.

Wat ik nu niet begrijp is dat een overheid die mij verplicht mijn kinderen naar een school te laten gaan (want van mij hadden ze best thuis mogen zijn, thuisonderwijs zou wat mij betreft prima zijn), deze zelfde school niet wil vergoeden. De gemeente wil onze reiskosten niet betalen want ook in onze gemeente is bijzonder onderwijs, namelijk een montessori. Dat een montessori toch wel weer iets anders is dan een democratische school en dit voor onze kinderen een wereld van verschil is, tja.

Naast die reiskosten betalen we ons blauw aan het schoolgeld terwijl eigenlijk ieder kind in Nederland een onderwijsbudget heeft. Waarom kan ik dat budget niet gebruiken om het schoolgeld te betalen van de school, goedgekeurd door de onderwijsinspectie, waar mijn kinderen op hun plek zijn? Zonder dat de school weer aan allemaal extra regels moet gaan voldoen, maar gewoon afgaand op de positieve beoordeling van de onderwijsinspectie, de wens van ons als ouders en de keuze van onze kinderen om daar heen te willen. Kan dat? Gewoon omdat onze kinderen ook kinderen van Nederland zijn, net als alle andere kinderen?

donderdag 11 december 2014

Ouder en school

Op de democratische school van mijn kinderen zijn op dit moment allerlei gesprekken gaande over de rol van de ouders op de school. Ik volg die gesprekken vanaf de zijlijn. Ze gaan over formele structuren om ook de stem van de ouders een plek te geven in de school. Een goede ontwikkeling om ouders een formeel plekje te laten krijgen in de democratie van een steeds groter wordende school.

Toch denk (en hoop) ik dat de daadwerkelijke revolutie in de school zich op een ander vlak zal gaan afspelen. Ik denk dat die revolutie een ommezwaai zal zijn naar een daadwerkelijke verbinding op zielsniveau. Dat klinkt mooi toch?!

Wat ik er onder andere mee bedoel is dat ik zie dat kinderen het nodig hebben dat hun ouders een band aangaan met de stafleden om met deze zelfde stafleden ook een band aan te kunnen gaan. Dit geldt in ieder geval voor de jongere kinderen, hoewel ik me kan voorstellen dat ook de oudere studenten deze verbinding nodig hebben om zich volledig te kunnen ontwikkelen.

Voor mijn kinderen is het belangrijk dat ik mij verbind met de mensen die zij dagelijks ontmoeten zodat school en thuis voor hen een geheel wordt. Ouders buiten de school houden, zoals door sommigen (ook ouders!) wordt geroepen, doet voor mijn kinderen en mij geen recht aan ons samenleven.

Die verbinding gaat verder dan een formeel gesprek over leerdoelen of functioneren. Het is een verbinding die ik continue bestendig, niet in daden maar in wat ik uitdraag. Iets ongrijpbaars, ondefinieerbaars, dat er gewoon is (of niet is). En ik, of eigenlijk mijn kinderen heb(ben) het nodig van stafleden dat zij deze verbinding ook bestendigen. Gelukkig gebeurt dat, in ieder geval met de stafleden met wie ik en mijn kinderen te maken hebben!

En dat is voor mij eigenlijk de essentie van de rol van ouders in de school, dat ik er mag zijn om verbinding te maken en ook weer mag gaan zodat mijn kinderen op die verbinding voort kunnen varen tijdens hun reis door het leven op de Ruimte.